Behandelinformatie

.

Ons streven is om iedere patient in onze praktijk de tijd en andacht te geven die hij of zij nodig heeft en van goede tandheelkundige zorg te voorzien.

Van onze patienten verwachten wij dat zij hun mondgezondheid bevorderen door nette mondhygiene (al of niet met behulp van mondhygieniste of preventieassistente), bewuste voedingsgewoonten en regelmatige controle van hun gebit door de tandarts, zodat veranderingen en mogelijke problemen in hun mond(hygiene) tijdig ontdekt kunnen worden.

Hieronder vindt u allerhande uitleg over de meest voorkomende tandheelkundige behandelingen. 

Meer informatie kunt u eventueel ook vinden op de website van het Ivoren Kruis http://www.ivorenkruis.nl/Folders-lezen.html

Indien u nog vragen heeft kunt u altijd contact opnemen met de praktijk.

 

ABCES

abces 

Een abces kan onder andere ontstaan na het vermijden of uitstellen van een behandeling. Wanneer tandbederf / cariës niet (op tijd) wordt behandeld kan eerst de glazuurlaag en daarna het tandbeen worden aangetast. Daarna dringen bacteriën door in de zachte kern, de pulpa.

Een abces kan zich ook ontwikkelen als gevolg van een tandvleesaandoening. Dit wordt veroorzaakt door de ophoping van tandplak in een pocket, de ruimte tussen de tand en het tandvlees. 

Hoe is een abces te herkennen?

Een abces wordt over het algemeen vrij snel gesignaleerd. U merkt het vooral aan de pijn bij het kauwen of als u duwt op de aangetaste tand. De wang en de lymfeklieren in de hals kunnen bij een dergelijke ontsteking sterk opzwellen.
Soms voelt u wel pijn, maar weet u niet precies om welke tand het gaat. Als u niet duidelijk kunt aangeven welke tand pijn doet, zal de tandarts met één van zijn instrumenten op de verschillende tanden en kiezen tikken om te bepalen welke tand gevoelig is. Ook kan de tandarts een röntgenfoto maken om te bepalen om welk gebitselement het gaat.

Behandeling abces

Abcessen in de mond kunnen erg pijnlijk zijn, maar kunnen relatief gemakkelijk behandeld worden. Over het algemeen zal de tandarts, afhankelijk van de oorzaak, het abces verhelpen door middel van een wortelkanaalbehandeling of een grondige reiniging onder het tandvlees. Als het tandvlees erg gezwollen is en veel pus bevat, zal uw tandarts eerst het abces ontlasten en de pus laten afvloeien om de druk te verlichten.
Bij heftige aanhoudende pijn worden soms antibiotica voorgeschreven. In de eerste periode zullen pijnstillers nodig zijn om de antibiotica de tijd te geven hun werk te doen.

Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog

 

BLEKEN

Bleken 

Roken, teveel thee of koffie drinken of sterk gekleurd voedsel eten kan aanslag veroorzaken op uw tanden. Dit zijn de extrinsieke verkleuringen, verkleuring van buitenaf. Er zijn tandpasta’s op de markt die kunnen helpen bij het verwijderen van aanslag, maar deze kunnen de kleur van de tanden niet veranderen. 

Hoe ontstaan gele tanden?

De kleur van uw tanden is, net zoals de kleur van uw haar en ogen, bepaald door uw DNA. Wanneer we ouder worden, verandert de dentine van kleur en worden tanden geler. Dentine is het zachte tandbeen dat zich onder het tandglazuur bevindt en de zenuw van uw tand beschermt. Deze verkleuringen gebeuren van binnen uit en zijn de intrinsieke verkleuringen. De

Bleken onder toezicht van een tandarts

De tandarts kan uw tanden bleken met behulp van een bleekgel. De behandeling met bleekgel is makkelijk, veilig en vrijwel pijnloos. Het is wel belangrijk dat u deze behandeling uitvoert onder toezicht van een tandarts. Koop liever geen universele bleekkits bij willekeurige verkooppunten of via het internet. 

Thuisbleekmethode

De meest gebruikte manier om uw tanden te bleken is met behulp van een bleeklepel en bleekgel. In eerste instantie zal de tandarts uw mond onderzoeken om te beoordelen of uw mond en tandvlees gezond zijn. Daarna zal hij een afdruk van uw gebit maken met behulp van een bitje en een pasta die hard wordt. Vanuit de afdruk worden bleeklepels gemaakt die precies om uw tanden passen.

De tandarts zal u laten zien hoe u een klein beetje bleekgel in de bleeklepels aan moet brengen en hoe u de bleeklepels inbrengt. Daarna neemt u de gel en de bleeklepels mee naar huis en kunt u de behandeling thuis voortzetten. In overleg met de tandarts wordt bepaald hoe lang en hoe vaak u de bleeklepels draagt. Gedurende 24 uur na iedere behandeling zullen uw tanden zachter aanvoelen. Dit is tijdelijk.

Andere bleekmethodes

Er zijn ook andere manieren om uw tanden te bleken. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van een laser. Het voordeel van de methode met de bleeklepels is echter dat u meer controle heeft over het uiteindelijk kleurresultaat. 

Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog

 

BEUGEL

Als tanden ver naar voren of scheef staan, kan een behandeling met een beugel ervoor zorgen dat de tanden weer recht komen te staan. Ook wanneer er te weinig ruimte is in het gebit, of de tanden en kiezen passen niet goed op elkaar, kan een beugelbehandeling de oplossing zijn. Deze beugelbehandeling, ook wel orthodontische behandeling genoemd, wordt uitgevoerd door de tandarts of een orthodontist

Wat is orthodontie?

Orthodontie is een specialisme in de tandheelkunde. Het houdt zich bezig met het optimaliseren van de stand van tanden in de kaken. Orthodontische afwijkingen zijn grofweg in te delen in twee categorieën: afwijkingen die het gevolg zijn van een verkeerde groei van de kaken en afwijkingen die te maken hebben met een onregelmatige stand van het gebit. Veel patiënten hebben een combinatie van beide.

Hoe gaat de beugelbehandeling in zijn werk?

De beugelbehandeling bestaat uit twee fasen. In de eerste, de actieve fase, worden de tanden en/of kaken gecorrigeerd met behulp van een beugel. Het doel daarvan is om de kaken, tanden en kiezen mooi in de rij en goed passend op elkaar te zetten. Dat kan met behulp van een vaste beugel die erop gericht is om de tanden zelf recht te zetten. Het kan ook met een losse beugel om de groei van de kaken bij te sturen. Ook combinaties zijn mogelijk.

Tijdens de behandeling wordt er regelmatig een beugelcontrole uitgevoerd. Op deze manier kunnen de vorderingen worden bijgehouden en kan de beugel waar nodig worden bijgesteld of aangepast.

In de tweede fase, ook wel retentiefase genoemd, wordt het bereikte resultaat zo goed mogelijk vastgehouden met een retentiebeugel. Na de behandeling kunnen tanden nog verschuiven; dit gebeurt ook bij mensen die nooit een beugel hebben gedragen. Uw behandelaar zal u informeren hoe ongewenste verschuivingen zo veel mogelijk voorkomen kunnen worden. 

Waarom een beugel?

Voor veel mensen speelt de esthetiek van een regelmatig gebit een belangrijke rol. Toch is het minstens zo belangrijk dat een gebit met rechte tanden veel meer kans maakt om gezond te blijven. Een regelmatig gebit met rechte tanden zorgt ervoor dat iemand goed kan bijten, kauwen, praten en lachen. Sommige tandposities kunnen leiden tot ernstige schade van het tandvlees, vergroeide kaken tot een asymmetrie in het gezicht. Bovendien kunnen vooruitstekende tanden bij een val makkelijker beschadigen. De gezondheid staat dus voorop, de aantrekkelijke glimlach is een zeer prettige bijkomstigheid. 

Op welke leeftijd wordt een beugelbehandeling toegepast?

In principe is een beugelbehandeling op elke leeftijd mogelijk. De conditie en het onderhoud van het gebit moeten wel goed zijn. Voor jeugdige patiënten is de beste behandelperiode tussen de tien en vijftien jaar. Op die leeftijd kan de kaakgroei nog worden beïnvloed en kan er gebruik worden gemaakt van de ruimte die vrijkomt tijdens het wisselen.

Soorten beugels

Er zijn ontzettend veel afwijkingen die reden geven voor een behandeling. Verschillende afwijkingen vragen om een specifieke toepassing en dus een specifieke beugel.

Behandelingsduur

Meestal duurt de actieve beugelbehandeling twee tot drie jaar. Soms is echter ook een veel kortere behandelingsduur mogelijk. Na die tijd volgt een retentieperiode van minstens één jaar. De duur van de behandeling en het resultaat zijn afhankelijk van een aantal factoren.

Als eerste zijn gebitsontwikkeling, de groei, het aanpassingsvermogen, het doorzettingsvermogen en de medewerking van de patiënt van invloed. Bovendien is de biologische reactie van het gebit, de kaken en de mondspieren op de beugelbehandeling bij iedere patiënt verschillend. Het is daarom meestal lastig aan te geven hoe lang de orthodontische behandeling precies zal gaan duren.

Daarnaast is voor het bepalen van de duur van de behandeling belangrijk of de stand van de kaken goed is of niet. Bij kinderen kan bijvoorbeeld een voorbehandeling nodig zijn om eerst de stand van de kaken te corrigeren (blokbeugel). Daarna kunnen de tanden zelf rechtgezet worden. Deze vorm van behandelen duurt ongeveer twee à drie jaar en komt veel voor bij de correctie van grote overbeten. Soms bestaat de behandeling alleen uit kleine correcties van de stand van de voortanden. Dergelijke behandelingen duren meestal niet langer dan een jaar. Voor de start van de behandeling geeft de behandelaar hierover informatie.

Na de behandeling kunnen ook nog veranderingen in het gebit optreden. Daarom adviseert de behandelaar vaak een retentiebeugel te dragen.

Orthodontie voor volwassenen

Tanden kunnen gedurende het hele leven worden verplaatst. Orthodontie bij volwassenen is daarom ook zeer goed mogelijk. Meer dan een kwart van de mensen die zich in Nederland bij een orthodontist melden zijn ouder dan 18 jaar. Er zijn zelfs mensen van boven de 60 jaar die worden behandeld met een beugel.

Bij iedere leeftijd en conditie van het gebit past een op maat gesneden behandeling. De behandelaar kan na een onderzoek informatie geven of –  en op welke manier – behandeling mogelijk is. De belangrijkste factoren of een orthodontische behandeling mogelijk is, zijn de kwaliteit van de tanden en de conditie van het tandvlees en het omgevende bot en weefsel waarin de tanden vastzitten. Bij volwassenen is het uiterlijk van de beugel een belangrijk item. De behandelaar kan u informeren over de mogelijkheden met minder zichtbare beugels. 

Hoe ontstaan scheve tanden, kiezen en kaken?

De vorm van tanden, kiezen en kaken is gedeeltelijk erfelijk vastgelegd. Aangeboren afwijkingen, zoals schisis (hazenlip) of een overmatige groei van de onderkaak (centenbak), kunnen de ontwikkeling van het gebit en kaken verstoren, maar dit geldt ook voor invloeden van buitenaf. Tijdens de groeiperiode kunnen mondgewoonten de vorm van de kaken en de stand van de kiezen en tanden veranderen. Veel voorkomende gewoonten zijn het duimzuigen en het tongpersen.

Ook tandheelkundige en medische ingrepen of verwondingen door een ongeval kunnen de ontwikkeling van het gebit en de groei van de kaken belemmeren. Een veel voorkomend voorbeeld is het voortijdige verlies van een melktand of melkkies door een ingreep of valpartij. Daardoor schuiven de overige tanden en kiezen op en krijgen latere, blijvende tanden te weinig ruimte. 

Bron: VvO

 

BRUG

 Brug 

Een brug is één van de manieren om een ontbrekende tand of kies te vervangen. Een brug (bestaande uit een kunsttand en twee kronen) wordt verankerd aan één of twee aangrenzende natuurlijke tanden. De brug omspant dus de lege ruimte waar de tand of kies ontbreekt. De brug wordt met behulp van cement vastgezet en is niet door uzelf te verwijderen.

Materiaal brug

De brug kan uit verschillende materialen worden vervaardigd. Afhankelijk van de locatie en de functie van de brug zal de tandarts u een bepaald materiaal adviseren. De kleur van de brug kan worden aangepast aan de kleur van uw natuurlijke tanden.

De behandeling

Eerst worden de tanden of kiezen, waar de brug aan verankerd wordt, bijgeslepen en gereedgemaakt om de brug op te plaatsen. Vervolgens wordt er een afdruk gemaakt van de geslepen tanden of kiezen en het gat. Een tandtechnicus gebruikt de afdruk om een passende brug te maken.

Totdat de definitieve brug klaar is, wordt er een tijdelijke brug geplaatst. Deze brug is van kunststof. Als de definitieve brug wordt geplaatst, zal uw tandarts een paar kleine handelingen verrichten om er zeker van te zijn dat u goed kunt bijten. De brug wordt eerst gepast en daarna vastgemaakt met een speciaal daarvoor bestemd cement. 

Doet de behandeling pijn?

De tandarts zal u voor de behandeling verdoven. Hierdoor zult u tijdens de behandeling geen pijn voelen.

Levensduur brug 

De brug blijft, afhankelijk van de gezondheid van de aangrenzende tanden of kiezen, vele jaren zitten. Het is belangrijk om te weten dat een brug de aangrenzende tanden of kiezen niet volledig ondoordringbaar maakt voor tandbederf. De tanden en kiezen moeten dus goed worden schoongehouden. Uw tandarts of mondhygiënist kan u vertellen wat de beste manier is om uw brug schoon te houden.

Wat doe ik als de brug loslaat?

Het is mogelijk dat het cement, waar de brug mee is vastgemaakt, loslaat. Neem, als dit gebeurt, direct contact op met uw tandarts. De tandarts kan uw brug opnieuw vastmaken. Ook als de brug niet lekker zit of als er een ander probleem is, schroom dan niet om contact op te nemen met uw tandarts. Hij kan uw ongemakken verhelpen. 

Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog

 

CARIES

Cariës[1]

Gaatjes (cariës) ontstaan als er tandplak op de tanden aanwezig is. Factoren zoals voedingsgewoonten en het gebruik van (fris-)drank spelen bij het ontstaan van gaatjes een rol, waarbij het niet alleen gaat om wat er gegeten wordt, maar vooral hoe vaak dit op een dag gebeurt. 

Ontstaan van cariës

Het eerste ontstaan van cariës verloopt over het algemeen pijnloos. In het glazuur duurt het lang voordat cariës zich uitbreidt, want glazuur is een hard en dicht materiaal. Elke keer als u iets eet of drinkt, zetten bacteriën in de tandplak de suikers en koolhydraten in het voedsel om in zuur. Zo ontstaat een zuurstoot die het glazuur kan aan­tasten, waardoor gaatjes ontstaan. Als het cariësproces zich voortzet, dan wordt het dieper gelegen tandbeen (dentine) aangetast. Dentine is veel zachter dan glazuur en dus kan cariës zich daar veel sneller uitbreiden.

Herkennen van cariës

Niet ieder groefje of pitje in een tand of kies is een gaatje. Datzelfde geldt voor donkere verkleuringen of witachtige vlekken op de tanden. Het kunnen echter wel signalen zijn van beginnende of vergevorderde cariës.
Pas bij vergevorderde cariës in het dentine/tandbeen ontstaan pijnklachten. Door regelmatig naar de tandarts te gaan voor controle kunnen de gaatjes in een vroeg stadium worden ontdekt en pijnklachten worden voorkomen.

Voorkomen van cariës

Een goede mondverzorging draagt bij aan het voorkomen van gaatjes. Poets twee keer per dag uw tanden met fluoridetandpasta. Gebruik een tandenborstel met een kleine borstelkop en zachte borstelharen. Elektrische tandenborstels zijn een effectief middel om plak te verwijderen, de borstel maakt de poetsbeweging voor u en u kunt zich concentreren op het plaatsen van de borstelkop. Daarnaast kunt u gebruik maken van aanvullende hulpmiddelen, zoals tandenstokers, flossdraad of ragers. Overleg met de tandarts of mondhygiënist welk middel voor u het meest geschikt is.

Beperk het aantal eet- en drinkmomenten tot zeven keer per dag. Drie keer een hoofdmaaltijd en vier keer per dag een tussendoortje. Zo kan het speeksel in de mond helpen het gebit te beschermen. Daarnaast blijft regelmatige controle bij een tandarts erg belangrijk.

Beginnende gaatjes kunnen door goed te poetsen met fluoridetandpasta en door het gebruik van fluoride (aangebracht door de tandarts) herstellen. Fluoride zit in tandpasta’s of speciale spoelmiddelen.

Behandelen van cariës

Voor het vullen van gaatjes kan een tandarts kiezen uit een aantal verschillende vulmaterialen, bijvoorbeeld amalgaam of composietvulling. Die keuze kan worden bepaald door de plaats en zichtbaarheid van de vulling, maar ook door duurzaamheid en voorkeur van de patiënt.

Bron: NVvP

 

CONTROLE

Controle 

Jaarlijks gaat u voor een preventieve controle naar de tandarts. Tijdens deze controle wordt uw gebit door de tandarts gecontroleerd op gaatjes en eventuele (tandvlees)ontstekingen.


Daarnaast kan het voorkomen dat de tandarts een röntgenfoto maakt om uw gebit beter te kunnen bestuderen, dat tandsteen wordt verwijderd en uw tanden gepolijst worden. Mocht tijdens het consult gaatjes en/of andere afwijkingen worden ontdekt, dan zal de tandarts een nieuwe afspraak laten inplannen om dit te herstellen. Eventueel kan hij u doorverwijzen naar een collega tandarts of specialist

Effect van de preventieve controle 

Met een periodiek uitgevoerde preventieve controle stelt de tandarts ziekteprocessen, afwijkingen of ontwikkelingsstoornissen aan tanden en kiezen, tandvlees, slijmvliezen en kauwstelsel vast. Tijdens de controle bepaalt de tandarts of er noodzaak is om tot behandeling over te gaan, het verloop van de aandoening in de gaten te houden (monitoren) of eventueel te verwijzen naar een collega tandarts met specifieke vaardigheden, orthodontist of kaakchirurg of mondhygiënist. Ook adviseert de tandarts, mondhygiënist of preventie-assistente u op het gebied van preventie. Door regelmatige controles voorkomt u onnodige schade. 

Alternatieven voor een periodieke controle 

Bezoek bij klachten: U kunt ervoor kiezen om de tandarts alleen bij klachten of onregelmatig te bezoeken. Dit is echter niet aan te raden, omdat veel ziekteprocessen, zoals tandbederf en parodontitis langdurig klachtenvrij kunnen verlopen, maar wel steeds meer schade kunnen veroorzaken én zelfs een verhoogde kans op het verlies van tanden of kiezen.  

Uw tandarts adviseert welke termijn tussen de periodieke controles het meest geschikt is voor uw persoonlijke situatie.  

Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog

 

FACING

Facing (2) 

Met een facing kan de vorm of de kleur van een tand worden gewijzigd. Zo kan de tandarts een spleetje tussen tanden opvullen, afgebroken hoekjes repareren, verkleurde tanden weer wit maken en scheve tanden verbergen. Een facing ziet er net zo natuurlijk uit als de overige tanden. 

Soorten facings

Een facing kan van twee verschillende materiaalsoorten worden gemaakt:

een laagje tandkleurig vulmateriaal van composiet

een schildje van porselein dat op de tand wordt geplakt 

Hoe lang duurt een behandeling?

Een facing van composiet is in één behandeling door de tandarts aan te brengen. Een porseleinen facing wordt in een tandtechnisch laboratorium gemaakt. Daarvoor zijn minstens twee bezoeken aan de tandarts nodig. 

Het plaatsen van een porseleinen facing

Tijdens het eerste bezoek slijpt de tandarts een dun laagje van het glazuur van de te behandelen tand af. Zo past de facing goed over uw tand heen en voelt het comfortabel aan. Aan de hand van een afdruk van uw afgeslepen tand, maakt de tandarts een facing die nauw aansluit op de vorm, kleur en grootte van de andere tanden. Tijdens uw tweede bezoek zal de tandarts de nieuwe facing plaatsen met een speciale lijm.

Het plaatsen van een composieten facing

Een facing van composiet bestaat uit hetzelfde materiaal als een vulling. Bij deze toepassing wordt de tand vooraf met zuur behandeld om deze ruwer te maken. Hierdoor zal de facing beter hechten. Vervolgens brengt de tandarts het composiet laagje voor laagje aan en ontstaat er een facing die bij de rest van uw tanden past.

Doet de behandeling pijn?

Het plaatsen van een facing doet geen pijn. Het slijpen van het tandglazuur gebeurt minder diep dan bij bijvoorbeeld het boren in een tand en zal dus anders worden ervaren. Als er eerst een reparatie aan de tand moet worden uitgevoerd, zal de tandarts u een plaatselijke verdoving geven. 

Levensduur facing

Over het algemeen blijven facings vele jaren zitten. Door omstandigheden kan het echter gebeuren dat de facing niet meer hecht of dat de facing breekt. Als dat gebeurt, neem dan direct contact op met uw tandarts. De facing kan meestal zonder moeilijkheden worden gerepareerd. 

Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog

 

FLUORIDE

fLUORIDEFluoride maakt het glazuur van tanden en kiezen sterker. Het werkt op twee manieren op de tanden en kiezen: van binnenuit en van buitenaf. 

Van binnenuit komt fluoride via de bloedbaan bij de tanden en kiezen terecht. Bij tanden en kiezen die nog niet doorgebroken zijn versterkt het op deze manier het nog te vormen glazuur. Vroeger werden hiervoor fluoridetabletjes of fluoridedruppels geadviseerd. Tegenwoordig doet men dit niet meer omdat kleine kinderen door het poetsen met fluoridetandpasta al genoeg fluoride binnenkrijgen. Om deze reden is op het moment dat gestopt werd met het adviseren van fluoridetabletjes het fluoridegehalte in peutertandpasta iets verhoogd. 

Van buitenaf komt fluoride (via bijvoorbeeld fluoridetandpasta, spoelen met een mondspoelmiddel dat fluoride bevat of een fluoridebehandeling bij de tandarts) rechtstreeks in contact met de tanden en kiezen. Ook op deze manier zorgt fluoride voor sterker glazuur. Deze werking van fluoride is voor het pas doorgebroken melkgebit en pas doorgebroken blijvend gebit extra belangrijk omdat het glazuur in die fase nog poreus is en verder moet uitharden. Harder glazuur zal minder snel oplossen en is zo beter bestand tegen gaatjes (cariës) en tanderosie. Ook in een later stadium blijft fluoride belangrijk voor het gebit. Het kan een ontkalking van het glazuur (het beginstadium van cariës) helpen herstellen en kan zo gaatjes voorkomen.

Is fluoride giftig? 

Vaak wordt de vraag gesteld of fluoride niet giftig is. In Nederland wordt geen extra fluoride aan het drinkwater toegevoegd. De hoeveelheid fluoride in tandpasta's is erg weinig en er is niet aangetoond dat hier risico's aan verbonden zijn. Wel is aangetoond dat fluoride in tandpasta een belangrijke bescherming voor het gebit biedt. Voor kleine kinderen tot 5 jaar is er speciale peutertandpasta die minder fluoride bevat. Het kan geen kwaad als kinderen een klein beetje van deze tandpasta inslikken. Daarnaast is het voldoende om een klein beetje tandpasta, ter grootte van een erwt, te gebruiken. 

Aanvullend fluoridegebruik 

Wanneer er bij een kind veel gaatjes (cariës) of tanderosie ontstaan kan de tandarts of mondhygiënist ter preventie aanvullend fluoridegebruik adviseren. Dit advies bestaat bijvoorbeeld uit dagelijks een keer extra poetsen met fluoridetandpasta of spoelen met een mondspoelmiddel dat fluoride bevat. De meeste mondspoelmiddelen met fluoride, net als fluoridetandpasta, bevatten geen hoge concentratie fluoride. Bij het dragen van een beugel wordt meestal ook extra fluoride geadviseerd, vaak in de vorm van een mondspoelmiddel. 

Daarnaast kan een tandarts of mondhygiënist een fluoridebehandeling met een gel geven of een speciale fluoridelak op tanden en kiezen aanbrengen. De concentratie fluoride hierin is wat hoger. Fluoridelak kan heel precies worden aangebracht op plaatsen waar gaatjes dreigen te ontstaan. De fluoridebehandelingen met gel of fluoridelak worden meestal niet standaard aan alle kinderen gegeven. Vaak voert een tandarts of mondhygiënist deze behandeling alleen uit als hier aanleiding voor is. Bijvoorbeeld bij een kind met veel (beginnende) gaatjes of als er andere risicofactoren zijn. 

Fluoride-advies 

Het Ivoren Kruis geeft het volgende advies over gebruik van fluoride:

0 t/m 1 jaar: na de doorbraak van het eerste tandje één keer per dag poetsen met fluoride peutertandpasta. 

2, 3 en 4 jaar: twee keer per dag poetsen met fluoride peutertandpasta. 

5 jaar en ouder: twee tot drie keer per dag poetsen met fluoridetandpasta voor volwassenen. 

Bron: www.gezondkindergebit.nl

 

IMPLANTATEN

 

Een implantaat is een kunstwortel, die in de kaak wordt geplaatst. De meeste implantaten zien er uit als een soort schroef en zijn gemaakt van titanium. Dit is een lichaamsvriendelijk materiaal waaraan bot zich gemakkelijk hecht. Deze implantaten worden voorzien van een kroon, brug, plaat- of frameprothese of een overkappingsprothese (klikgebit). Deze behandeling wordt ook wel implantaatoperatie genoemd. 

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de zogenaamde één-fase en twee-fasen behandeling. 

Eén-fase behandeling 

Hierbij wordt het implantaat in één behandeling geplaatst. Het implantaat bestaat uit een deel dat in het bot verankerd wordt en een deel dat boven het tandvlees uitsteekt. Deze twee delen vormen één geheel. Na een bepaalde periode wordt op het uitstekende deel een kroon, brug of kunstgebit vervaardigd. 

Twee-fasen behandeling 

Bij deze behandeling wordt in de eerste fase het implantaat in het bot geplaatst. Vervolgens wordt het weer met tandvlees bedekt. Een aantal maanden later, als het implantaat ingegroeid is in het bot, volgt de tweede fase. Daarbij wordt op het ingegroeide implantaat een stift geplaatst (abutment genoemd). Na een aantal weken wordt op het abutment een kroon, brug of kunstgebit gezet. 

Voor wie zijn implantaten geschikt? 

In principe kan bij iedere volwassene een implantaat worden geplaatst. Wel is voldoende kaakbot nodig om een implantaat te kunnen plaatsen. Waar bot te weinig aanwezig is, kan meestal met een extra behandeling nieuw bot worden geplaatst. 

Wanneer u nog eigen tanden en kiezen heeft, is het verder van belang dat het tandvlees hieromheen gezond is. Als dit niet zo is moet daar eerst iets aan worden gedaan. 

Om erachter te komen of een implantaatoperatie ook bij u kan worden uitgevoerd, zal mondinspectie en analyse van röntgenfoto's door de behandelaar moeten plaatsvinden. 

Hoe gaat het plaatsen van implantaten in zijn werk? 

Een implantaatoperatie bestaat uit drie stappen: 

Voorafgaand aan de operatie worden er soms recepten aan u verstrekt voor geneesmiddelen die u vóór de operatie in huis moet hebben. Volg de instructies voor het innemen ervan nauwkeurig op.
Indien u bloedverdunners gebruikt zal het gebruik ervan in overleg met uw huisarts of specialist mogelijk tijdelijk moeten worden gestopt. Stop niet op eigen initiatief met uw bloedverdunners. Geef het van tevoren aan als u ergens allergisch voor bent. 

Tijdens de operatie wordt onder plaatselijke verdoving het implantaat in uw kaakbot geplaatst. In de daaropvolgende 2-6 maanden hecht het kaakbot zich aan het implantaat ('osseo-integratie') en ontstaat het stevige fundament voor uw toekomstige nieuwe tand of kies. 

Na de operatie moet u, afhankelijk van de uitgebreidheid van de ingreep, rekening houden met enige zwelling en/of verkleuring van de slijmvliezen, wang en lippen. Deze verschijnselen zijn echter vaak van tijdelijke aard. Tegen de napijn krijgt u meestal medicijnen voorgeschreven van uw behandelaar. Als er overmatige bloeding, pijn, huiduitslag of een andere reden tot ongerustheid optreedt, neemt u dan contact op met uw behandelaar. 

Nazorg na het plaatsen van een implantaat 

Plak en tandsteen op de implantaten en op de kroon, brug en prothese kunnen een ontsteking veroorzaken van het mondslijmvlies en het tandvlees rondom de implantaten. Die ontstekingen kunnen weer leiden tot verlies van bot rondom de implantaten en daarmee verlies van het implantaat zelf. 

Om dit te voorkomen zijn een goede voorlichting en instructie over het reinigen van de implantaten, de mond en de prothetische constructie een belangrijk onderdeel  van de implantaatbehandeling. Hierbij zal uw behandelaar meestal een mondhygiënist inschakelen. De mondhygiënist zal de zelfzorg regelmatig evalueren en zo nodig bijsturen om ontsteking rond het implantaat zo veel mogelijk te voorkomen. 

Resultaat van een implantaatoperatie 

De kans van slagen van een implantaatoperatie is zeer groot. Goed onderzoek vooraf maakt de kans op complicaties of mislukkingen minimaal. Toch kan er direct na het plaatsen van een implantaat tijdelijk ongemak zijn in de vorm van napijn of zwelling. Ook komt het een enkele keer voor dat een implantaat niet vastgroeit en moet worden verwijderd. De kans hierop wordt groter als u rookt.  

Bron: NVOI 

 

KROON

Kroon 

Een kroon is het zichtbare deel van een tand of kies. Soms is de kroon dermate beschadigd of misvormd dat deze vervangen moet worden door een kunstkroon. Een kunstkroon wordt meestal ook 'kroon' genoemd.

 Wat is een kroon?

Een kroon is een speciale overkapping van metaal of porselein (of beide), die over een beschadigde of sterk gevulde tand of kies wordt aangebracht. De kroon bestaat uit één stuk en geeft meer stevigheid en bescherming aan de tand of kies onder de kroon. Uw tandarts zorgt ervoor dat de kroon wordt aangepast aan de vorm en kleur van uw eigen tand of kies. Daardoor blijft het een natuurlijk geheel is en past het goed in uw mond.

Waarom is een kroon nodig?

Er zijn meerdere redenen voor het toepassen van een kroon:

Tandbederf; Een tand is zo zwaar beschadigd door bederf, dat het onmogelijk is om deze te herstellen met normale vullingen

Cosmetisch; Grote vullingen, met name oude, kunnen anders van kleur zijn en er niet mooi uitzien. Tanden kunnen deels afgebrokkeld en misvormd zijn.

Ongeluk; Tanden kunnen beschadigd zijn door een ongeluk

Ontbrekende tand; om diverse redenen kan een er een tand ontbreken (hierbij wordt eerst een implantaat ingebracht, die vervolgens wordt afgewerkt met een kroon) . 

De behandeling

De duur van de behandeling hangt af van de beschadiging van de kies en of er eerst een voorbereidende behandeling van de kies moet plaatsvinden. Bijvoorbeeld met een vulling of wortelkanaalbehandeling. Als een groot deel van de kies ontbreekt, wordt de kroon soms met een stift in het wortelkanaal vastgezet.

De tandarts zal een groot deel van de tand of kies omslijpen. Dit gebeurt meestal met een verdoving, zodat u hier geen pijn van ondervindt. Daarna zal uw tandarts, met behulp van zacht materiaal, een exacte afdruk van de te behandelen tand of kies en de omliggende tanden maken. Soms wordt er gebruik gemaakt van een dun draadje om het tandvlees van de kies af te houden, zodat de afdruk nauwkeurig kan worden gemaakt. Een tandtechnicus gebruikt de afdruk om de kroon op de juiste hoogte en grootte te maken.

Effect van de behandeling

Door een kroon kan bij vergevorderd tandbederf (cariës),  na een wortelkanaalbehandeling of een ernstige beschadiging, ondanks veel verlies van (weefsel)structuur, de tand of kies behouden blijven. Een kroon herstelt de functie en esthetiek van de tand of kies.

Tijdelijke kroon

Totdat de definitieve kroon klaar is, wordt er een tijdelijke kroon over uw tand of kies geplaatst. U kunt met een tijdelijke kroon gewoon eten en kauwen, maar de tijdelijke kroon is niet zo sterk als de definitieve kroon.

Plaatsen definitieve kroon

Als de definitieve kroon wordt geplaatst, zal uw tandarts een paar kleine handelingen verrichten om er zeker van te zijn dat u goed kunt bijten. De kroon wordt eerst gepast en daarna vastgemaakt met een speciaal daarvoor bestemd cement.

Doet de behandeling pijn?

De tandarts zal u voor de behandeling verdoven. Hierdoor zult u tijdens de behandeling geen pijn voelen. Als de kroon echter wordt geplaatst op een kies zonder zenuw, is verdoving niet nodig. 

Het dragen van een kroon

De kroon zal aanvoelen als een natuurlijke tand. De kleur van de kroon wordt aangepast aan de rest van uw tanden en zal daardoor dus niet opvallen. Als de kroon toch niet lekker zit of als er een ander probleem is, schroom dan niet om contact op te nemen met uw tandarts. Hij kan uw ongemakken verhelpen. 

Levensduur kroon

De kroon blijft, afhankelijk van de gezondheid van de tand of kies die eronder zit, vele jaren zitten. Het is belangrijk om te weten dat een kroon de kies niet volledig ongevoelig maakt voor tandbederf. De kies moet dus goed worden schoongehouden. Uw tandarts zal u hierover adviseren.

Losse kroon

Het is mogelijk dat het cement waar de kroon mee is vastgemaakt loslaat, waardoor de kroon van zijn plaats komt. Neem als dit gebeurt direct contact op met uw tandarts. De tandarts kan uw kroon dan opnieuw vastmaken.

Alternatieve behandelingen

Composietvulling: Grote vullingen of beschadigingen worden soms voor lange tijd met composiet (hard wit vulmateriaal) gevuld.

Trekken van tand of kies: Het trekken van de tand of kies (extractie) kan soms een alternatief zijn. Na het trekken van de tand of kies wordt besloten de situatie zo te laten, of de getrokken tand  te vervangen door een brug, een implantaat, een frameprothese of een partiële prothese

Uw tandarts adviseert welke behandeling het meest geschikt is voor uw persoonlijke situatie. 

Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog

 

KUNSTGEBIT (PROTHESE)

Een uitneembare prothese (kunstgebit) is één van de meest gebruikte oplossingen voor het vervangen van ontbrekende tanden.

De kwaliteit en het uiterlijk van protheses zijn tegenwoordig veel beter dan vroeger. Vaak valt het vrijwel niet op dat iemand een prothese draagt.

 

Partiële prothese: plaat- of frameprothese

Als u een aantal tanden of kiezen kwijt bent, zorgt een partiële prothese ervoor dat u beter kunt bijten, kauwen en spreken.

Daarnaast kan de partiële prothese ook het uiterlijk van uw gebit verbeteren en worden bovendien de overige tanden beschermd tegen slijtage en bederf. Zonder de partiële prothese gaan de natuurlijke tanden namelijk scheef staan of kunnen ze verplaatsen.

Afhankelijk van het materiaal waaruit de partiële prothese wordt vervaardigd, wordt een partiële prothese ook wel plaat- of frameprothese genoemd.

 

Volledige prothese

Na het verlies van alle tanden  en kiezen kan een volledige prothese, een “kunstgebit”, vervaardigd worden.

 

Overkappingsprothese

U kunt door allerlei oorzaken uw tanden en kiezen verliezen, en in de loop van de tijd gaan de kaken dan slinken zodat uw kunstgebit minder houvast heeft en los gaat zitten.

Soms is het mogelijk om niet alles te trekken, maar om enkele tanden of kiezen te behouden. Deze blijven dan onder de protheseaanwezig. Zo slinken uw kaken minder snel en blijft het gebit beter zitten. Een dergelijk kunstgebit wordt een overkappingsprothese of klikgebit genoemd. 

 

DE BEHANDELING

Afdruk van uw gebit

 

Om ervoor te zorgen dat de prothese exact in uw mond past, maakt de tandarts eerst een afdruk van uw huidige gebit met een speciaal afdrukmateriaal. Een tandtechnicus gebruikt deze afdruk om een gipsmodel te maken. Aan de hand van dit model kan een model van kunsthars worden ontwikkeld. De tandarts plaatst dit model in uw mond om de positie van uw kaken ten opzichte van elkaar te bepalen. Vervolgens zal de tandarts dit model zo aanpassen, dat de tandtechnicus weet hoe uw tanden op elkaar aan moeten sluiten. De tandtechnicus zal de prothese hierop aanpassen.

 

Proefprothese

Er wordt eerst een proefprothese gemaakt die de tandarts in uw mond zal passen. Voordat de tandarts een aantal laatste aanpassingen doet, zal hij u vragen hoe de prothese zit, voelt en eruit ziet. De proefprothese wordt vervolgens volledig afgewerkt door de tandtechnicus. Daarna is de prothese klaar voor gebruik. De tandarts zal het kunstgebit, direct nadat de tanden en kiezen eruit zijn, plaatsen. Op deze manier hoeft u niet zonder tanden over straat.

Afspraak na plaatsing prothese

 

Na een paar weken zal de tandarts een nieuwe afspraak met u maken om te beoordelen hoe het dragen van de prothese u afgaat. Als er problemen zijn, kan de tandarts kleine aanpassingen doen.

 

MATERIAAL VAN DE PROTHESE

Volledige protheses worden van acryl (plastic) gemaakt. Partiële protheses kunnen ook geheel van acryl worden gemaakt (plaatprothese). Soms worden ze in een combinatie van acryl (voor de tanden) en metaal (voor het frame) gemaakt. Dit heet een frameprothese. De frameprothese is beter vast te zetten en minder omvangrijk. Een frameprothese is wel een stuk duurder.

 

SCHOONMAKEN VAN DE PROTHESE

 

Als u een prothese heeft, is het verstandig deze goed schoon te houden. Een aantal tips om uw prothese schoon te houden:

 

  • Reinig de prothese dagelijks;

  • Voor het reinigen van uw prothese kunt u gebruik maken van speciale reinigingsmiddelen en een (prothese)borstel. Het is van belang dat u de prothese afspoelt voordat u hem terug in de mond plaatst;

  • Maak uw prothese schoon in een bakje water of boven de wasbak. Als u hem dan laat vallen, is de kans klein dat de prothese beschadigt;

  • Poets uw kaak en tong met een gewone tandenborstel;

  • Heeft u uw prothese niet in uw mond (bijvoorbeeld ’s nachts) bewaar hem dan in schoon water of in reinigingsmiddel;

  • Gebruik voor het reinigen geen tandpasta, dit is te schurend voor uw prothese.

     

    WENNEN AAN DE PROTHESE

    Een prothese zal anders aanvoelen dan uw eigen tanden en het duurt even voordat u eraan gewend bent. In het begin kunnen er pijnlijke plekjes ontstaan, zogenaamde drukplekken. Het is belangrijk dat u de prothese toch inhoudt en een afspraak maakt met uw tandarts om de problemen te verhelpen. Houd de prothese de eerste week ook ’s nachts in uw mond. Daarna is het beter om de prothese ’s nachts uit te doen.

     

    Door het slinken van de tandeloze kaak is het noodzakelijk de (partiële) prothese regelmatig te laten controleren en aanpassen.

     Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog

     

PARODONTITIS

Gedurende het leven zal bij iedereen het tandvlees zich wel ergens terugtrekken, er zijn globaal gezien een aantal redenen waarom tandvlees zich terugtrekt:

Poetstrauma
Te hard poetsen, een verkeerde poetsmethode en/of een te harde tandenborstel kunnen het tandvlees zodanig beschadigen dat het terugtrekt. Poets bij voorkeur met een zachte tandenborstel en oefen niet te veel druk uit tijdens het poetsen. Links is te zien dat het tandvlees zich heeft teruggetrokken en dat door het verkeerd poetsen ook de tandhalzen aan slijtage onderhevig zijn.

Poetstrauma

 

Parodontitis 

Als de ontsteking van de tandvleesrand (gingivitis) zich uitbreidt in de richting van het kaakbot, zal het kaakbot worden afgebroken. Dit wordt parodontitis genoemd. Als gevolg van deze ontsteking bestaat de kans dat het tandvlees zich terugtrekt. Rechts zijn door parodontitis aangedane tanden te zien. Het tandvlees is teruggetrokken en heeft door de ontsteking geen gezonde kleur.

Parodontitis2

 

Na parodontologische behandeling 
Na een geslaagde parodontologische behandeling,zal het steunweefsel rond de tanden en kiezen genezen. Het tandvlees zal zich terugtrekken en de spleet tussen het tandvlees en de tand (pocket) wordt kleiner. Rechts zijn nu dezelfde tanden na genezing van de (ernstige) parodontitis te zien. De tanden en ook de wortels onder het tandvlees zijn goed schoongemaakt. Het tandvlees heeft nu een gezond uiterlijk gekregen en zich ook verder teruggetrokken. Het is niet verstandig om een parodontologische behandeling te vermijden omdat je bang bent voor terugtrekkend tandvlees. Als de ontsteking namelijk aanwezig blijft, zal de kans dat het tandvlees zich verder terugtrekt ook steeds groter worden, tevens bestaat het risico om alle tanden en kiezen te verliezen. Als in het bovenstaande voorbeeld veel eerder ingegrepen was, zou het tandvlees zich nooit zover hebben kunnen terugtrekken. Na genezing van de steunweefsels zal de hoogte van het tandvlees stabiel blijven.

Na paro behandeling 

 

Andere factoren
Er zijn meer factoren die samen met de al eerder genoemde oorzaken, de kans op het terugtrekken van tandvlees kunnen vergroten.

Andere factoren 1 Andere factoren 2

Soms zijn de wortels van de voortanden bedekt met maar een heel dun laagje bot, of kunnen zelfs geen botbedekking hebben. Dit is te zien linksboven en wordt dehiscentie genoemd. In combinatie met dun tandvlees en ontsteking of te hard poetsen kan dit leiden tot terugtrekken van tandvlees, dit is te zien rechtboven. Door de positie die de hoektanden in de kaakwal hebben, treden er vaak dehiscentie's op en kan het tandvlees zich daar makkelijk terugtrekken.

 

Doordat bij orthodontie binnen de kaak de tanden en kiezen van plaats en stand veranderen, kan het tandvlees zich terugtrekken. Maar het tandvlees van tanden met teruggetrokken tandvlees kan doordat de positie in de kaak gunstiger wordt, ook door de orthodontische behandeling verbeteren.

Ortho 2

 

 

Chirurgie
Als het tandvlees gezond is, kan mits er voldoende onderliggen kaakbot aanwezig is, door middel van chirurgie geprobeerd worden de normale positie van het tandvlees te herstellen.

voor en na chirurgie

Voor              Na

Rechts is een hoektand te zien, waarbij het gelukt is om de positie van het tandvlees te verbeteren.

© tandarts.nl     Auteur JW Vaartjes 

 

ROKEN EN MONDGEZONDHEID

Roken

Roken heeft een schadelijke uitwerking op de mondgezondheid. Roken heeft ook een negatief effect op de genezingsprocessen in de mond. Verder kan roken zorgen voor verkleuring van tanden en kiezen, en treden verkleuringen van vullingen en kunstgebitten eerder op.

Tandvleesproblemen door roken

Wetenschappelijk staat vast dat er een duidelijk verband is tussen roken en tandvleesziekten. Rokers zijn veel vatbaarder voor tandvleesziekten en ontwikkelen deze op jongere leeftijd dan niet-rokers.

Bloedend tandvlees is een eerste aanwijzing voor het begin van tandvleesziekte. Nicotine zorgt er echter voor dat ziek tandvlees niet zo snel bloedt. Daardoor komen u en uw tandarts er vaak te laat achter wanneer het tandvlees ziek is. Meestal is dan ook het kaakbot, waarin uw tanden en kiezen staan, al aangedaan. En aangedaan kaakbot wordt niet meer gezond! Dat is een van de belangrijkste oorzaken voor het feit dat rokers eerder tanden en kiezen verliezen dan niet-rokers.

Als u stopt met roken, voorkomt u dat de mondgezondheid verder verslechtert. Ook zorgt stoppen met roken ervoor dat de behandeling door de tandarts veel meer succes heeft. Dus stoppen met roken zorgt voor gezonder tandvlees.

Slechtere wondgenezing door roken

Roken beïnvloedt de wondgenezing nadelig, niet alleen als een kies is getrokken, maar ook als er bijvoorbeeld een implantaat is geplaatst.

Mondkanker door roken

Als u rookt is de kans op mondkanker veel groter dan wanneer u niet rookt. Als u daarnaast ook geregeld veel alcohol gebruikt, neemt het risico op mondkanker helemaal toe.

Een regelmatig bezoek aan de tandarts vergroot de kans dat mondkanker wordt gesignaleerd. Mede daarom is het verstandig de tandarts ook te bezoeken als u geen eigen tanden of kiezen meer heeft.

Voor meer informatie over roken en mondgezondheid kunt u terecht bij uw tandarts. Informatie over stoppen met roken vindt u op de website van Stichting Volksgezondheid en Roken.

Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog

 

RONTGENFOTO

rontgenfoto 

In sommige gevallen kan de tandarts de conditie van het gebit niet met het blote oog zien. Daarom maakt hij gebruik van röntgenfoto’s. Op deze manier kan hij onder andere de stand van wortels van tanden en kiezen en de gezondheid van het kaakbot bekijken en onderzoeken op gaatjes. 

Wat zijn röntgenfoto's?

Röntgenfoto's zijn foto's die met behulp van röntgenstraling worden gemaakt. Röntgengolven dringen in meer of mindere mate door delen van het menselijk lichaam, zoals botten en spieren. Daarom kunnen röntgenfoto's worden gebruikt om een beeld te krijgen van de inwendige bouw van het menselijk lichaam.

Uitvoering röntgenfoto

Voor het maken van een röntgenfoto richt de tandarts het apparaat op het te fotograferen deel van uw gebit. Vervolgens wordt het apparaat kort ingeschakeld en komt er röntgenstraling uit het apparaat. De straling wordt opgevangen door de röntgenfoto. Afhankelijke van de doordringbaarheid van het weefsel kleurt de foto zwarter. 

Effect van een röntgenfoto

Een röntgenfoto geeft extra informatie over de tanden en het kaakbot die met het blote oog niet wordt verkregen. Hiermee kan de tandarts een keuze maken tussen de noodzaak tot behandelen of zo mogelijk het volgen van het ziekteproces (monitoren). Dit verkleint de kans op ongewenste schade door een voortschrijdend ziekteproces (bijvoorbeeld tandbederf of verlies aan botweefsel) of onnodige behandeling. 

Waarom maakt de tandarts röntgenfoto's?

De tandarts onderzoekt de mond met een spiegeltje en een sonde (dit is het 'haakje'). Hiermee kan de tandarts echter alleen de buitenkant van de tanden en kiezen en het tandvlees zien. Soms is het nodig om ook 'in' de kiezen en het kaakbot te kijken. Bijvoorbeeld omdat de tandarts vermoedt dat er gaatjes onder een vulling zitten.
Ook kan de tandarts zien of alle tanden en kiezen – die bij kinderen nog moeten doorbreken – aanwezig zijn. Verder worden röntgenfoto's gebruikt om de stand van de wortels van tanden en kiezen te bekijken, hoe de gezondheid van het kaakbot is en of er eventueel resten van tandwortels zijn achtergebleven in de kaak. 

Risico’s röntgenfoto’s

Iedereen staat dagelijks bloot aan achtergrondstraling uit bijvoorbeeld de aardbodem en het heelal. De hoeveelheid straling waaraan we worden blootgesteld verschilt per gebied. In Nederland ontvangen we minder straling dan in bijvoorbeeld hooggelegen en bergachtige oorden. Bij het maken van röntgenfoto's bij de tandarts wordt een minimale hoeveelheid straling gebruikt. Hierdoor is de kans op nadelige gevolgen voor de gezondheid gering. De hoeveelheid straling is bijvoorbeeld te vergelijken met de hoeveelheid straling die u oploopt tijdens een wintersportvakantie van 14 dagen. Uiteraard moet bij straling, hoe gering ook, ieder keer het nut van de röntgenfoto afgewogen worden tegen de risico's van bestralen. De kans bestaat dan namelijk dat een ontsteking of een andere tandheelkundige afwijking niet of te laat ontdekt wordt. 

Röntgenfoto’s tijdens de zwangerschap

In de tandheelkunde worden alleen röntgenfoto’s gemaakt van het gebit of de kaak. De straling zal dus niet in de buurt komen van het ongeboren kind. Om deze reden kunnen tandheelkundige röntgenfoto’s tijdens de zwangerschap in principe zonder bezwaar worden gemaakt. Als uw tandarts bekend is met uw zwangerschap zal hij echter alleen in de hoogst noodzakelijke gevallen foto’s maken. 

Alternatieve behandeling

Als bij mondonderzoek of bij screening voor tandbederf blijkt dat extra informatie gewenst of noodzakelijk is, maakt de tandarts een röntgenfoto. Er is geen alternatief voor deze behandeling. 

Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog

 

SEALEN

Sealen

Blijvende kiezen hebben soms diepe groeven en putjes in de kauwvlakken die moeilijk met een tandenborstel zijn schoon te houden. Op die plaatsen kunnen gemakkelijk gaatjes ontstaan, vooral als de kiezen net zijn doorgebroken. Het glazuur moet dan nog uitharden. Als de tandarts de groeven en putjes in de kiezen van uw kind te diep vindt, kan hij u adviseren om deze af te sluiten (te sealen) om gaatjes te voorkomen. 

Wat is sealen?

Sealen is het aanbrengen van een laagje kunststoflak over de groeven en putjes in de kauwvlakken. Dit laagje beschermt de kiezen tegen het innestelen van bacteriën. Hierdoor wordt het risico op cariës/tandbederf kleiner.

Behandeling sealen

De tandarts of de mondhygiënist maakt de kiezen eerst grondig schoon met een borsteltje en polijstmiddel. Daarna brengt hij/zij een etslaagje aan. Hierdoor worden de tanden ruw. Dit zorgt voor een betere hechting van de lak. Daarna wordt de kunststoflak aangebracht. De lak wordt vanzelf hard of wordt uitgehard met een blauwe lamp.

Doet de behandeling pijn?

De behandeling doet meestal geen pijn en duurt een paar minuten per kies. Wel kan de lak in het begin een beetje vieze smaak afgeven. Sealen heeft geen effect op de normale kauwfunctie, uw kind zal niet merken dat de kiezen geseald zijn.

Leeftijd sealen

Sealen kan bij voorkeur vlak na het doorbreken van de blijvende kiezen. Dit is gemiddeld rond het zesde levensjaar. Maar sealen kan altijd effectief worden toegepast bij kinderen. In enkele gevallen wordt het gebit van volwassenen ook geseald, maar dat is eerder uitzondering dan regel. Uw tandarts kan u adviseren wat het beste is en of het zinvol is om het gebit te sealen.

Schoonhouden gesealde kiezen

Een sealing biedt geen garantie tegen het ontstaan van cariës. Goed poetsen is nog steeds noodzakelijk bij gesealde kiezen door ze dagelijks minimaal twee keer per dag met een fluoride tandpasta te poetsen.

Hoe ontwikkelt het gesealde gebit zich?

Een enkele keer moet de behandeling worden herhaald. Uit onderzoek is gebleken dat sealen een effectieve (preventieve) behandeling is. 

Bron: NMT, NVvK en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog

 

TANDEROSIE

Tanderosie 

Bij tanderosie wordt het tandglazuur opgelost door zuren uit dranken, voedingsmiddelen of het maagzuur. Tanderosie is een serieus probleem; het glazuur kan op termijn geheel oplossen. Eenmaal verdwenen glazuur komt niet meer terug.

Oorzaken tanderosie

Tanderosie is slijtage van het tandglazuur en ontstaat door zuren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen zuren afkomstig uit het lichaam (intrinsieke zuren) en zuren van buiten het lichaam (extrinsieke zuren).

Intrinsieke zuren spelen een rol als de maaginhoud (maagzuur) terugvloeit naar de mond. Dit komt door bijvoorbeeld oprispingen, maar ook door overgeven. Oprispingen kunnen voorkomen bij mensen met spijsverteringsklachten, brandend maagzuur of pijn rond de maagstreek. Mensen die kampen met eetstoornissen die gepaard gaan met frequent overgeven (boulimia) kunnen ook veel last van tanderosie hebben. Ook de gewoonte voedsel te herkauwen kan een veroorzaker van tanderosie zijn.

Extrinsieke zuren kunnen slijtage veroorzaken door te veel, te vaak en/of te lange inname van zure voeding zoals frisdrank, citrusvruchten of medicatie (bijvoorbeeld aspirine, vitamine- C). Ook kan het gaan om mensen die vanwege hun beroep (bijvoorbeeld metaalbewerking, wijnproeven) zuren in de mond krijgen. Daarnaast hebben mensen met te weinig speeksel meer kans op erosie.

Tanderosie door voeding

Frisdranken en vruchtensappen spelen een belangrijke rol bij tanderosie. In veel van deze dranken zitten namelijk ‘verborgen’ zuren; de toegevoegde suiker of zoetstof zorgt ervoor dat de hoge zuurdosis niet opvalt.

De laatste jaren is het gebruik van frisdranken toegenomen, waardoor erosie steeds vaker voorkomt. Het gaat daarbij niet alleen om de totale consumptie van zuur voedsel en zure dranken, maar vooral om de frequentie, de duur, de tijdstippen en de wijze waarop het wordt geconsumeerd. Het is aan te raden om deze dranken zoveel mogelijk te vervangen door water en melk, of gewone thee zonder suiker.

Ook zure voedingsmiddelen zijn veroorzakers van tanderosie. Met name voor zuur fruit (en producten daarvan) dient u op te passen. Daarnaast zijn veel levensmiddelen aangezuurd met bijvoorbeeld azijn- of citroenzuur, ook hier dient u rekening mee te houden.

Kenmerken van tanderosie

In het beginstadium merkt u weinig van tanderosie. Pas in een later stadium kan tanderosie gevoeligheid bij eten en drinken veroorzaken. Het glazuur van uw tanden en kiezen wordt dunner. Dit veroorzaakt de gevoeligheid. Maar ook het uiterlijk van uw gebit verandert. De tanden worden geler, doordat het donkerder gekleurde tandbeen zichtbaar wordt. De tanden en kiezen kunnen ook kleiner worden.

Behandeling tanderosie

Een behandeling van tanderosie is er nog niet en in een vroeg stadium is dit meestal ook niet nodig. Het voorkomen van (uitbreiding van) tanderosie is echter belangrijk om problemen voor te zijn, volg daarom zoveel mogelijk onderstaande tips bij het voorkomen van tanderosie op.
Als het glazuur op de kauwvlakken van de tand of kies volledig is opgelost en het tandbeen (dentine) is bereikt kan dit leiden tot overgevoelige tanden en kiezen en pijn bij kauwen en daarom behandeling nodig maken.
In deze gevallen zal de tandarts proberen om met eenvoudige middelen, bijvoorbeeld met witte vullingen (composiet), het gebit weer zo goed mogelijk te herstellen. Bij ernstig aangetaste tanden en kiezen, of bij verandering van het uiterlijk van de tanden en kiezen kan soms behandeling met inlays, kronen of facings nodig zijn.

Tips bij het voorkomen van tanderosie

  • Zorg voor een optimale mondhygiëne
  • Voeg indien mogelijk water toe aan de vruchtensappen om het zuur te verzwakken
  • Beperk bij voorkeur het aantal eet- en drinkmomenten tot 7 per dag
  • Beperk het gebruik van zure dranken en drink zoveel mogelijk water, gewone thee, koffie of melk.
  • Slik de drank bij voorkeur zo snel mogelijk door
  • Poets uw tanden niet direct na het eten of drinken van zure dranken of voedingsmiddelen, maar wacht ongeveer één uur met poetsen. Poets twee maal per dag met een fluoride tandpasta om uw tanden sterker te maken. Het is daarbij aan te raden om een zachte tandenborstel en een laag slijtende (weinig abrasieve) tandpasta te gebruiken
  • Nuttig ’s nachts en voor het naar bed gaan geen zure consumpties
  • Stimuleer de aanmaak van speeksel door te kauwen op suikervrije kauwgom; speeksel heeft een neutraliserende werking

Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog

 

TANDSTEEN VERWIJDEREN EN POLIJSTEN

Tandsteen verwijderen 

Als tandplak langere tijd aanwezig blijft op het tandoppervlak kan het verkalken en hard worden. Dit wordt tandsteen genoemd. Tandsteen ontstaat vooral vlak onder het tandvlees en achter en tussen uw tanden. Dit zijn namelijk de plekken die vaak worden vergeten tijdens het tandenpoetsen. Tandsteen kan niet meer verwijderd worden door goed te poetsen en dient professioneel te worden weggehaald. 

Tandsteen verwijderen

Als er eenmaal tandsteen is gevormd, kan dit weggehaald worden door een mondhygiënist, preventieassistent of tandarts. Tandsteen verwijderen kan op twee manieren: met behulp van een haakje – waarbij het tandsteen wordt weggekrabd –  of met een apparaat dat ultrasone trillingen geeft. De trillingen zorgen ervoor dat het tandsteen los trilt. 

Tanden polijsten

Na afloop van de behandeling kunnen uw tanden gepolijst worden. Het polijsten gebeurt met een borsteltje in combinatie met een polijstpasta. Deze polijstpasta wordt op uw tanden aangebracht en vervolgens worden de tanden met het borsteltje gepolijst. 

Effecten van de behandelingen

Door het verwijderen van tandsteen wordt een van de oorzaken van tandvleesontsteking  aangepakt.  Als u er na de gebitsreiniging een goede mondhygiëne op na houdt, kan het tandvlees zich weer herstellen. Door polijsten kan ongewenste aanslag worden verwijderd en de esthetiek hersteld. 

Waarom tandsteen verwijderen en polijsten?

Tandsteen kan op den duur problemen aan het tandvlees veroorzaken. Het is daarom van belang dat tandsteen wordt verwijderd. Nog beter is het om tandsteen te voorkomen. Poets daarom minstens twee maal per dag uw tanden met een fluoride tandpasta en reinig indien dat aan u is geadviseerd ook de ruimte tussen uw tanden.

 

Alternatieve behandeling

Tandsteen kunt u niet zelf weghalen en moet professioneel worden verwijderd door de tandarts, mondhygiënist of preventieassistente.

Uw tandarts, mondhygiënist of preventieassistente  adviseert u op het gebied van preventie, welke gebitsreiniging het meest geschikt zijn voor uw persoonlijke situatie. 

Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog

 

TANDVLEESONTSTEKING (GINGIVITIS/PARODONTITIS)

Parodontitis

 

In de mond leven talrijke bacteriën. Ze zitten in een wit laagje op tanden en kiezen: dit heet tandplak. Als tandplak niet goed wordt weggepoetst wordt deze hard en verandert in tandsteen.   

Door het tandplak ontstaat vaak een lichte vorm van tandvleesontsteking, ‘gingivitis’. Het tandvlees kan dan slapper worden, makkelijker gaan bloeden, een rode kleur krijgen en opgezwollen raken.  

Als de ontsteking erger wordt, groeien de bacteriën langs de tand naar binnen. Dit heet ‘parodontitis’. De ruimte tussen tand en tandvlees, de ’pocket’, wordt steeds dieper. Vaak krijgt men ook last van een vieze smaak of een slechte adem. Uiteindelijk kan de laag tandplak en tandsteen zelfs het kaakbot aantasten. Dit kan tot het uitvallen van de tand of kies leiden.  

Als de tandplak niet diep zit, kunt U deze zelf verwijderen met tandenborstel, flosdraad, tandenstokers en ragertjes.  

Tandsteen of dieper gelegen tandplak (bij parodontitis) moet door de tandarts of mondhygiënist worden verwijderd. Dit gebeurt met speciaal hiervoor ontwikkelde instrumenten.   

In sommige gevallen moet daarvoor het tandvlees met een kleine operatie (‘flapoperatie’) tijdelijk worden losgemaakt. Hiervoor kunnen wij U doorverwijzen naar hierin gespecialiseerde praktijken waar wij goede ervaringen mee hebben.   

Na de behandeling moet het tandvlees rustig genezen, en is heel belangrijk om goed op de mondhygiëne te letten. De mondhygiëniste kan U hierbij begeleiden.  

 

TREKKEN VAN TAND OF KIES (EXTRACTIE)

Extractie

Soms is het nodig om een tand of kies te verwijderen. Deze ingreep verloopt meestal pijnloos, dankzij de verdoving. 

Hoe wordt een tand of kies getrokken? 

De tandarts of kaakchirurg geeft u voorafgaand aan de behandeling een verdoving. Zodra deze is ingewerkt, maakt de tandarts de tand los door een draaiende of wrikkende beweging te maken. Meestal wordt de tand of kies er in zijn geheel uitgetrokken. Als de tand of kies erg vast zit, zal hij er in delen worden uitgehaald. 

Doet een tandextractie pijn? 

Het trekken van een tand of kies kan een vervelend gevoel geven. Door de verdoving zult u echter geen pijn voelen. 

Eerste dagen na trekken van tanden en kiezen 

Tot de verdoving is uitgewerkt mag u geen warm voedsel eten of drinken. Probeer de eerste dag na de ingreep het roken of alcohol drinken tot een minimum te beperken. Daarnaast is het belangrijk om de bloedprop die zich vormt met rust te laten. Deze bloedprop beschermt het bot. Het kan voorkomen dat u kleine stukjes bot voelt die uit de holte komen. Maakt u zich niet ongerust, dat kan geen kwaad. 

In de eerste twee á drie dagen kan de wond iets gaan zwellen en oncomfortabel aanvoelen. U kunt dan pijnstillers (paracetamol of ibuprofen) tegen de pijn innemen. 

Reinigen van uw mond na het trekken van tanden of kiezen 

Reinig de plaats waar de tand of kies getrokken is de eerste 6 uur na het trekken niet. Poets uw andere tanden zoals u normaal doet en doe voorzichtig in de buurt van de wond. U kunt de omgeving van de wond schoon houden met antibacterieel mondspoeling. 

Heftige pijnen kunnen duiden op een ontstoken tandholte 

Als u twee dagen nadat de tand is verwijderd heftige pijnen voelt opkomen, kan het zijn dat de bloedprop is losgeraakt of opgelost of voedselresten in de holte zijn gekomen. Het is belangrijk dat u naar uw tandarts gaat. 

Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog 

 

TREKKEN VAN VERSTANDSKIEZEN

 Verstandskies (2) 

Mensen hebben ruimte voor 32 elementen, bestaande uit tanden en kiezen.
De verstandskiezen zijn de laatste kiezen die achter in de mond naar boven komen. Normaal gesproken gebeurt dit tussen het 18de en 22ste levensjaar. Tegenwoordig hebben veel mensen te smalle kaken voor alle 32 elementen en passen er maar 28 tanden en kiezen in de kaak (of soms zelfs nog minder). Dus wanneer alle 28 elementen aanwezig zijn en goed verdeeld over de kaak staan, is er te weinig ruimte voor de verstandskiezen om door te komen.

Doorkomen verstandskiezen

Het doorkomen van een verstandskies kan pijn veroorzaken. Dit hoeft niet per definitie te betekenen dat de kies getrokken moet worden. U kunt de pijn in eerste instantie verhelpen met paracetamol of ibuprofen. Ook is het belangrijk om het tandvlees op de plek van de doorbrekende verstandskies voorzichtig te poetsen. Dit voorkomt ontstekingen.
NB Vermeld altijd aan uw tandarts of en welke medicijnen u gebruikt. Hij kan u adviseren welke pijnstillers u wel of niet mag gebruiken.

Mocht de pijn echter niet over gaan, raakt het tandvlees ontstoken of krijgt u moeite met het open doen van u mond, neem dan contact op met uw tandarts. Uw tandarts kan met behulp van een röntgenfoto zien hoe en of uw verstandskies doorkomt. Vervolgens neemt hij een beslissing over het al dan niet trekken van de verstandskies.

Zorgen verstandskiezen altijd voor problemen?

Als er voldoende plaats in de mond aanwezig is, zullen verstandskiezen niet voor problemen zorgen. Maar als ze ontstoken raken, scheef gaan groeien of andere tanden in de weg gaan staan, dan kunt u ze beter laten verwijderen.
Bij veel mensen is niet altijd voldoende plaats voor verstandskiezen. Bezoek uw tandarts om te overleggen wat het beste is.

Wie trekt de verstandskies?

De tandarts bepaalt aan de hand van de röntgenfoto hoe moeilijk het trekken van de verstandskies zal zijn. Tegenwoordig trekken veel tandartsen de verstandskies zelf. Als de kans op infectie groot is, of als de kies bijvoorbeeld erg diep ligt, verwijst de tandarts u door naar een kaakchirurg.

Hoe wordt de verstandskies getrokken?

Het trekken van een verstandskies is, afhankelijk van de positie en vorm, makkelijk tot iets zwaarder. De tandartsof kaakchirurg geeft u voorafgaand aan de behandeling een verdoving. Zodra deze is ingewerkt, trekt de tandarts de verstandskies er met een tang uit. Dit doet hij door een draaiende of wrikkende beweging te maken. De kaakchirurg gebruikt daarbij ook andere instrumenten, omdat hij veelal de moeilijkere ingrepen doet. Meestal wordt de kies er in zijn geheel uitgetrokken. Als de verstandskies erg vast zit, zal hij er in delen worden uitgehaald.

Doet de behandeling pijn?

De ingreep zelf veroorzaakt, dankzij de verdoving, over het algemeen geen pijn. Om de kans op infecties na de behandeling zoveel mogelijk te beperken en de genezing te bespoedigen is het belangrijk om een aantal zaken in acht te nemen.

Eerste dagen na trekken van verstandskiezen

Tot de verdoving is uitgewerkt mag u geen warm voedsel eten of drinken. Probeer de eerste dag na de ingreep het roken of alcohol drinken tot een minimum te beperken. Daarnaast is het belangrijk om de bloedprop die zich vormt met rust te laten. Deze bloedprop beschermt het bot. Het kan voorkomen dat u kleine stukjes bot voelt die uit de holte komen. Maakt u zich niet ongerust, dat kan geen kwaad.

In de eerste twee á drie dagen kan de wond iets gaan zwellen en oncomfortabel aanvoelen. U kunt dan pijnstillers (paracetamol of ibuprofen) tegen de pijn innemen.

Mondhygiëne na het trekken van verstandskiezen

Reinig uw mond de eerste 6 uur na het trekken van verstandskiezen niet. Poets uw andere tanden zoals u normaal doet en doe voorzichtig in de buurt van de wond. U kunt de omgeving van de wond schoon houden met een antibacterieel mondspoeling.

Heftige pijnen kunnen duiden op droge tandholte

Als u twee dagen nadat de tand is verwijderd heftige pijnen voelt opkomen kan het zijn dat de bloedprop is losgeraakt of opgelost. Het is belangrijk dat u naar uw tandarts gaat. 

Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog

 

VERDOVING (ANAESTHESIE)

Verdoving 

Door de moderne tandtechnieken en medicatie hoeft een bezoek aan uw tandarts niet (meer) vervelend of pijnlijk te zijn. Er zijn verschillende middelen om uw tandartsbezoek op een ontspannen, comfortabele manier te laten verlopen. 

Hoe werkt een verdoving?

Om een gedeelte in uw mond te verdoven kan eerst een oppervlakte verdoving worden toegepast. In dit geval wordt het slijmvlies verdoofd zodat u minder voelt van de insteek van de naald. Een oppervlakte verdoving wordt ook wel gebruikt om pijnlijke mondzweren te verzachten.

Om een bepaald gedeelte in uw mond tijdens de behandeling te verdoven, gebruikt de tandarts een injectienaald met daarin een vloeistof. Deze vloeistof heeft een vaatvernauwende en zenuwblokkerende werking. Deze verdoving kan worden gebruikt bij bijvoorbeeld het vullen van tanden en kiezen, het prepareren van tanden voor de toepassing van een kroon of de behandeling van ontstoken tandvlees. Door de verdoving kunnen uw tong en lippen dik en tintelig aanvoelen. Dit verdwijnt als de verdoving is uitgewerkt. Meestal is dat na één tot enkele uren. 

Wie mogen een verdoving geven?

In de tandartspraktijk is de tandarts de enige die een zelfstandige bevoegdheid heeft om een verdoving toe te dienen. Hij kan deze taak echter wel delegeren aan bijvoorbeeld een mondhygiënist of een preventieassistent. Een mondhygiënist mag de verdoving zelfstandig toedienen, bij de preventieassistent dient de tandarts in de praktijk aanwezig te zijn.

Welk verdovingsmiddel gebruikt de tandarts(-specialist)?

De tandarts kiest het voor de patiënt meest geschikte verdovingsmiddel en zal die keuze zonodig ook toelichten. Patiënten kunnen altijd om een toelichting vragen. De leeftijd, de medische situatie en de voorgenomen behandeling kunnen van invloed zijn op de keuze van de tandarts. 

Bijsluiter

Bij geneesmiddelen die u voorgeschreven krijgt van de huisarts en die u bij de apotheek haalt, zit altijd een bijsluiter. Wanneer een arts of een tandarts zelf het geneesmiddel verstrekt (en de verdovingsvloeistof is wettelijk ook een geneesmiddel) dan draagt de arts of tandarts zorg voor het geven van de gewenste informatie. Hij of zij is in die gevallen bij wijze van spreken de ‘bijsluiter’.
Ook kunt u de patientenbijsluiters vinden op de website van de Nederlandse Vereniging van Groothandelaren in de Tandheelkundige branche (VGT). 

Is de lokale verdoving altijd veilig?

Elke medische en tandheelkundige ingreep heeft een risico en dat geldt ook voor lokale verdoving bij de tandarts. Dat er bij het toepassen van lokale verdoving bijwerkingen optreden is uiterst klein. Wanneer er al bijzonderheden optreden (onvoorziene bijwerkingen bijvoorbeeld meestal nog meer te wijten aan het krijgen van een prik en opzien tegen de behandeling) dan neemt de tandarts passende maatregelen en legt de tandarts het vast in het patiëntendossier.

Wat kunt u zelf doen?

De tandarts zal de anamnese inclusief het medicijngebruik periodiek bespreken met de patiënt. De daarbij gesignaleerde veranderingen worden daarbij genoteerd. Van de patiënt wordt verwacht dat deze veranderingen correct worden gemeld. Daarbij hoort ook het melden van zwangerschap, hoewel zwangerschap niet in alle gevallen een reden is om af te zien van het geven van een noodzakelijke lokale verdoving. 

Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog

 

VULLINGEN

Vullingen 

Amalgaam (zilver/grijze vulling) 

Amalgaam is een materiaal dat al eeuwenlang gebruikt wordt als vulmiddel. Deze zilver/grijze vullingenbestaan uit een combinatie van kwik, zilver, tin, koper en andere materialen. Amalgaamvullingen zijn erg slijtvast en worden vaak gebruikt voor het opvullen van gaatjes in kiezen. De laatste jaren is er een trend dat er steeds meer met composiet wordt gevuld. 

Composiet (witte vulling) 

De tandarts kan voor bepaalde behandelingen de voorkeur geven aan het gebruik van een tandkleurige ('witte') vulling. Naast glasionomeercement en compomeer wordt composiet het meest toegepast. Met composiet is veel mogelijk. Zo kunnen voortanden na een breuk opnieuw worden opgebouwd en verkleuringen van tanden en kiezen worden hersteld. Vooral bij voortanden is een witte vulling in esthetisch opzicht aantrekkelijker. Ook wordt een witte vulling tegenwoordig steeds vaker toegepast bij het opvullen van kiezen.

Behandeling vulling 

Voordat de tandarts begint met het vullen van een gaatje, bespreekt hij de behandeling met u. Vervolgens zal hij u vragen of u een verdoving wilt. Als u kiest voor een verdoving, moet de verdoving eerst een aantal minuten inwerken. Vervolgens boort de tandarts het aangetaste gedeelte weg. Nadat de kies schoon en droog is gemaakt, kan de kies worden gevuld. Het gat kan worden opgevuld met een composiet- of een amalgaamvulling. 

Composietvulling: In eerste instantie brengt de tandarts een soort lijm aan in de tand. Hierdoor hecht de vulling beter. Deze lijm wordt met blauw (koud) licht uitgehard. Vervolgens wordt het vulmateriaal in de vorm van een pasta in het schoongemaakte gaatje gestopt. Dan wordt het bijgewerkt en met behulp van het blauwe licht wordt de vulling uitgehard. Indien nodig wordt de vulling met een boortje in vorm gebracht. 

Amalgaamvulling: Ook amalgaam is een zacht materiaal dat met een soort pistool in het gaatje wordt gestopt. De behandeling van een amalgaamvulling is vergelijkbaar met een composietvulling. Dit materiaal moet echter uit zichzelf hard worden. De vulling kan dus niet worden afgewerkt met een boortje. De tandarts gebruikt daarom speciale instrumenten. Na de behandeling kunt een tijdje niet eten. De tandarts vertelt u hier meer over. De vulling heeft 24 uur nodig om helemaal hard te worden. 

Effect van de behandeling 

Bij het maken van een vulling wordt allereerst tandbederf verwijderd en vervangen door een plastisch materiaal. Bovendien herstelt de vulling de functie en vaak ook de esthetiek van de tand of kies (bijvoorbeeld bij een afgebroken tand). Ook kan een vulling verdere (pijn)klachten door tandbederf of blootliggend tandbeen (dentine ) verminderen. 

Verschil composiet en amalgaamvulling

Het opvallendste verschil tussen composiet en amalgaam is de kleur. Een amalgaamvulling heeft een zilver/grijze kleur en een composietvulling een witte. Daarnaast is een composietvulling duurder dan een amalgaamvulling, omdat een composietvulling wat bewerkelijker is. Amalgaamvullingen gaan erg lang mee en zijn erg slijtvast. De duurzaamheid van moderne composietvullingen is vrijwel gelijk aan die van amalgaam. Het aanbrengen van een composietvulling kost meer tijd dan een amalgaamvulling. Zowel witte vullingen als amalgaamvullingen kunnen op den duur verkleuren. 

Allergieklachten door amalgaam of composiet 

Na het aanbrengen van een vulling kan de behandelde tand of kies enige tijd gevoeliger zijn voor op zich ‘normale’ prikkels zoals contact met warm of koud voedsel. In zeldzame gevallen reageren mensen op amalgaam of composiet met een allergische reactie voor één van de materialen waaruit amalgaam of composiet is samengesteld. Als u weet dat u gevoelig of allergisch bent voor één van de materialen, kunt u dat het beste aangeven bij uw tandarts. Ook is het mogelijk om een allergie voor amalgaam of composiet via een huidtest te laten vaststellen. 

Pijnklachten na het vullen van een tand of kies 

Gedurende 1 tot 2 weken na het vullen kunt u pijnklachten hebben. Dit komt doordat een tand of kies uit levend materiaal bestaat. Het boren in een tand of kies maakt in feite een tandbeenwond die enige tijd nodig heeft om te genezen. De klachten zullen in de loop van de tijd afnemen. Indien de klachten verergeren moet u contact opnemen met uw tandarts. Er kan dan namelijk sprake zijn van een ontsteking onder de vulling die gaat opspelen. 

Inlay 

In plaats van een amalgaamvulling of een witte vulling kan de tandarts de patiënt voorstellen een porseleinen of keramische inlay te maken. Een inlay of inlegvulling is een op maat gemaakte vulling van porselein of (edel)metaal. De inlay wordt met composietlijm in het schoongemaakte gaatje bevestigd. Is echter de schade aan tand of kies erg groot, dan kan de tandarts het aanbrengen van een kroon adviseren.  

Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog

 

WORTELKANAALBEHANDELING

wortelkanaal

Onder het zichtbare gedeelte van een tand of kies (de kroon), bevindt zich de wortel. In iedere wortel bevinden zich een of meerdere wortelkanalen. Dit kanaal is gevuld met de pulpa die bestaat uit bindweefsel, zenuwvezels en kleine bloedvaten. Deze pulpa kan door tandbederf, een lekkende vulling of een val ontstoken raken. De wortelkanalen staan via de wortelpunt in verbinding met het bot. Hierdoor kan een ontsteking in de pulpa zich uitbreiden naar dit gebied. 

Uitvoering wortelkanaalbehandeling

Uw tandarts maakt eerst een röntgenfoto om de status van de wortelkanalen te bekijken en om te zien waar de ontsteking zit. Nadat de tandarts u een plaatselijke verdoving heeft gegeven, maakt hij via de bovenkant uw kies open. Nu kan hij het dode weefsel verwijderen. Daarna reinigt hij de kies met kleine vijltjes en een desinfecterende vloeistof en controleert of er nog andere ontstekingen zijn. Als de pulpa is verwijderd wordt de ontstane ruimte opgevuld met rubberstiftjes en afgewerkt met een normale vulling. Als de kies erg is verzwakt kan een kroon nodig zijn.

Is een wortelkanaalbehandeling pijnlijk?

Door de verdoving is de wortelkanaalbehandeling vrijwel pijnloos. Wel kan er na de behandeling enige napijn optreden. Deze is met paracetamol of ibuprofen goed te bestrijden. Mocht de napijn erg lang aanhouden, neem dan contact op met uw tandarts.

Hoe lang duurt een wortelkanaalbehandeling?

De tijd die de wortelkanaalbehandeling in beslag neemt is afhankelijk van het aantal wortelkanalen. Niet iedere tand heeft evenveel kanalen. Een gewone tand heeft over het algemeen één kanaal in de wortel. Kiezen hebben er vaak meer. De tijd varieert daarom van een half uur tot anderhalf uur.

Hoe ziet de tand er na de wortelkanaalbehandeling uit?

Vroeger kon de tand waaraan een wortelkanaalbehandeling was uitgevoerd, nog wel eens donkerder van kleur worden. Dankzij modernere technieken gebeurt dit tegenwoordig bijna niet meer. Mocht er wel een kleine verkleuring ontstaan, dan kan dit worden verholpen. Er bestaan verschillende mogelijkheden om een verkleuring te behandelen.

Wat gebeurt er als na een wortelkanaalbehandeling nogmaals een ontsteking ontstaat?

Wortelkanaalbehandelingen zijn over het algemeen succesvol en de kans op een nieuwe ontsteking is erg klein. Mocht dit echter wel gebeuren dan kan de behandeling worden herhaald. Mocht de ontsteking zich echter uitbreiden naar het eind van de wortel en het kaakbot, dan zal uw tandarts of een kaakchirurg een wortelpuntoperatie (apexresectie) uitvoeren.

Wat gebeurt er als ik geen wortelkanaalbehandeling laat uitvoeren?

Als de pulpa eenmaal ontstoken is, zal deze niet meer genezen. Het alternatief van een wortelkanaalbehandeling is dan het trekken van de tand of kies. In sommige gevallen is dit de beste oplossing. Over het algemeen is het beter om zoveel mogelijk uw eigen tanden en kiezen te behouden en dus een wortelkanaalbehandeling uit te laten voeren. 

Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog

 

 

Contact

Telefoon 077-3735566
 

TANDARTSENPRAKTIJK MEIJER

Raadhuislaan 9
5931 NR Venlo - Tegelen
Telefoon:
077-3735566
www.rlmeijer.praktijkinfo.nl
tandartsentegelen@xs4all.nl
Routebeschrijving >
https://www.google.com/analytics/web/?hl=nl#report/visitors-overview/a25463914w49486015p49996428/%3Foverview-dimensionSummary.selectedGroup%3Ddemographics%26overview-dimensionSummary.selectedDimension%3Danalytics.city/